dinsdag 7 augustus 2018

De canonical-tag 1/3: De theorie

Waarom een canonical-tag?

Google houdt niet van gedupliceerde content, of die nu op verschillende websites staat of op dezelfde. Maar soms is gedupliceerde content niet te vermijden, bijvoorbeeld als je twee versies van je website hebt, eentje voor mobiele apparaten en eentje voor computers met een groot scherm. Of als je in je webshop telefoonhoesjes in talrijke kleurvariaties verkoopt voor dezelfde smartphone, waarbij behalve de kleur alle andere specificaties en verdere info hetzelfde zijn.

Speciaal daarvoor is de canonical-tag ontwikkeld. Daarmee zeg je tegen Google: "Dit is een dubbele pagina. Referenceer niet deze pagina zelf, maar wel de pagina waarvan de url in de canonical-tag staat en neem die laatste op in de zoekresultaten."

In de html-code van de pagina met gedupliceerde content met url https://www.jewebsite.com/gedupliceerde-pagina.html/ staat dan bijvoorbeeld: <link rel="canonical" href="https://www.jewebsite.com/orginele-pagina.html/" />

De canonical-tag volgens Yoast (in het Engels)

Let op bij het instellen van de canonical-tag


Er kunnen ook andere problemen optreden met canonical-tags:
  • Je maakt een tikfout in de url van de canonical-tag, waardoor je Google per ongeluk doorverwijst naar een onbestaande pagina. Raar maar waar, dat gebeurt bij 2 % van de webpagina’s met canonical-tags.
  • Je kunt Google onbedoeld in een rondje laten draaien als op webpagina A een canonical-tag staat die verwijst naar webpagina B, op webpagina B een canonical-tag die verwijst naar webpagina C en op die laatste een canonical-tag die verwijst naar webpagina A. Die situatie is goed voor 5,3 % van pagina’s met canonical-tags.

Bovendien kun je in theorie de canonical-tag in theorie op oneigenlijke wijze inzetten, als je bijvoorbeeld wilt voorkomen dat Google bepaalde webpagina’s referenceert, ook al hebben die geen gedupliceerde content (1). Dan zou je de zoekmachine via de canonical-tag naar een pagina kunnen sturen die je wel wilt zien verschijnen in de zoekresultaten. In theorie zou je via de canonical-tag Google zelfs naar een andere website kunnen doorverwijzen (2). De goede raad hier is: doe dat liever niet, gebruik de canonical-tag alleen waar die voor bedoeld is. In het geval van (1) is de noindex-instructie een betere oplossing, bij (2) een gewone redirect.

De canonical-tag is een relatief nieuw gegeven, maar toch: het valt op hoe vaak die fouten bevat. Dat is niet zo vreemd, omdat die canonical-tag zo goed als onzichtbaar is voor gewone internetgebruiker en zelfs voor webmasters. Het lijkt erop dat Google die fouten meestal doorziet, maar evengoed: je moet niet willen dat Google ook maar het idee krijgt dat er wat scheelt aan de structuur van je website.

Soms maakt je CMS de canonical-tag verplicht

Sommige CMS (content management systems) voorzien op iedere webpagina verplicht een canonical-tag. Als het om een originele, niet-gedupliceerde pagina gaat, moet daar de exacte url van de pagina zelf staan, volgens de standaardprocedure. En daar kan het wel eens fout gaan. Enkel voorbeelden:
  • Stel dat je begonnen bent met je homepage en via je CMS die pagina steeds gekopieerd hebt om de onderliggende pagina’s met content te vullen, en je hebt vergeten de canonical-tag van die onderliggende pagina’s aan te passen (als je CMS dat niet automatisch doet) – daar staat door het kopiëren de url van je homepage in – dan referenceert Google in theorie alleen maar je homepage.
  • Gebruik in de canonical-tag de 'echte' url van de pagina, met het correcte protocol (http: of https:), alle tekens, ook de laatste ‘\’, met of zonder ‘www.’. Browsers – en servers – linken automatisch door van die verschillende ‘versies’ van een url naar de correcte, en Google zal dergelijke foutjes ook wel doorzien. Maar het lijkt of je Google in een kringetje probeert te sturen, van pagina A naar pagina B, die dan weer automatisch doorlinkt naar pagina A, enz.

Wat doet Google écht met de canonical-tag?

Dus, via de canonical-tag zou je invloed kunnen uitoefenen op hoe Google je website referenceert. Via de url in die tag zeg je aan de zoekmachine welke in een reeks van vergelijkbare webpagina’s de originele is. Dat is de theorie, tenminste. Maar hoe gaat Google in werkelijkheid om met de canonical-tag? Bekijk hier de resultaten van een uitgebreid onderzoek.

Spoiler: Google doet met de canonical-tag wat Google zelf wil, blijkt uit praktijkvoorbeelden.

zaterdag 14 juli 2018

Duplicate content (dubbele content) en hoe die te vermijden

Duplicate content, wat is dat precies?

Als blokken content – en dan vooral tekstcontent – op verschillende plaatsen op het internet voorkomen, identiek of grotendeels identiek, dan hebben we het over dubbele content of duplicate content. Die verschillende plaatsen op het internet zijn verschillende url’s, ofwel binnen dezelfde website (dan is de domeinnaam hetzelfde, bv. https://www.domeinnaam.nl/webpagina1.html en https://www.domeinnaam.nl/identiek-aan-webpagina1.html) ofwel op verschillende websites (bv. https://www.website1.nl/webpagina1.html en  https://www.website2.nl/identiek-aan-webpagina1.html).

Maar daar houdt het niet op. Soms bestaat er van een website zowel een versie met ‘www.’ als zonder, met (grotendeels) dezelfde content. Ook dat is duplicate content. Idem als er een versie met http:-protocol bestaat van een website, naast een versie met https:-protocol.


Soms is duplicate content over verschillende websites onvermijdelijk

Daar worstelen webshops wel eens mee, als ze technische of andere content letterlijk overnemen van de website van de leveranciers van hun producten. In de praktijk herkent Google deze situaties goed en beschouwt de zoekmachine dat niet als duplicate content. Maar de url’s met de content van de leverancier zijn dan wel de originelen en normaal gezien komen die hoger terecht in de zoekresultaten. Om toch goed te scoren, zullen webshopeigenaren moeten inzetten op extra unieke content om hun webpagina’s te optimaliseren.
Hetzelfde geldt voor persberichten die op verschillende websites worden overgenomen en zelfs voor blogberichten: zolang Google het origineel maar kan identificeren is er weinig aan de hand.


Waarom doet Google moeilijk over duplicate content?

Voor zoekmachines als Google staat iedere url voor een aparte webpagina. Twee of meer url’s met nagenoeg identieke content, daar houdt Google niet van. Dat is niet alleen omdat gedupliceerde content wel eens ingezet wordt om de zoekresultaten te proberen manipuleren – dat lukt tegenwoordig toch niet meer, Google is intussen zoveel slimmer geworden. 
Belangrijker is dat Google een keuze moet maken: welke pagina krijgt de hoogste positie in de zoekresultaten? De pagina’s vlak bij elkaar plaatsen, dat is geen optie: Google-gebruikers die op een link klikken, de content checken, teruggaan naar de zoekresultaten, op de volgende link klikken en dan dezelfde content te zien krijgen, hebben een slechte gebruikservaring, zoals Google dat noemt. Dat probeert de zoekmachine te vermijden.

In het beste geval zorgt Google ervoor dat de ene pagina of url – meestal de oudste – de normale, verdiende positie krijgt en dat de pagina of url met gedupliceerde content pas enkele pagina’s met zoekresultaten later verschijnt. En als er opvallend veel url’s zijn met duplicate content, zeker binnen dezelfde website, wordt Google helemaal achterdochtig en kan de waardering voor de hele website erop achteruitgaan.


Een goed idee: een heleboel websites met verschillende domeinnamen maar met identieke content?

Er zijn website-eigenaren die denken dé oplossing te hebben om de eerste pagina met zoekresultaten in Google te domineren: gewoon een website met geweldig goede content voor de belangrijkste keywords en daarna die content gebruiken in 9 andere websites, met andere domeinnamen. “En dan staat mijn website verschillende keren op de eerste pagina in Google voor die keywords, misschien wel 10 keer. Geweldig, alle bezoekers komen op een website van mij terecht!” Dat lukt dus niet. 
Met wat geluk raakt de oudste website hoog genoeg in Google, maar alle andere worden door de zoekmachine gegarandeerd naar beneden geduwd, meestal verschillende pagina’s tegelijk.


Gedupliceerde content ‘per ongeluk’

Een paar gevallen waarbij website-eigenaars met de beste bedoelingen worstelen met gedupliceerde content:


1. Een nieuwe website met een nieuwe domeinnaam

Soms is een ingrijpende vernieuwing van een website niet te vermijden, bijvoorbeeld als je die mobielvriendelijk wilt maken. Soms kiezen mensen dan meteen voor een nieuwe domeinnaam. De eerste gedachte is dan vaak: “Ik laat de oude website online. Als ik de nieuwe dan online zet, zal die langzaam stijgen in de zoekresultaten tot die de oude inhaalt.” Jammer genoeg denkt Google er zo niet over en zal de nieuwe website altijd tot tientallen posities achter de oude aan blijven strompelen. 
Als je website voor belangrijk keywords al goede posities heeft in Google, is veranderen van domeinnaam eigenlijk nooit het beste idee: de kans is reëel dat je die goede posities onherroepelijk kwijtspeelt. Maar soms zit er niets anders op. In dat geval is het een beter idee om wel de url’s van de oude website te laten bestaan, ZONDER de oorspronkelijke content, maar daar een permanente redirect (301) op te zetten naar de overeenkomstige url van de nieuwe website.

Als het goed gaat, pikt Google na een tijdje op dat de oude url in de praktijk vervangen is door de nieuwe en maakt de zoekmachine zelf de switch. Let op: het lukt niet altijd, en als het wel lukt, zullen de posities wellicht behoorlijk schommelen. 
Eigenlijk is het een beter idee om, bij het opzetten van een nieuwe website, van de gelegenheid gebruik te maken om ook de tekstcontent flink te optimaliseren.


2. Van een www.-website overschakelen naar eentje zonder, of van het http:-protocol naar het https:-protocol

Het www.-verhaal lijkt intussen iets van het verleden en browsers zijn tegenwoordig slim genoeg om zelf die prefix toe te voegen als dat überhaupt nodig is. Maar vaak willen website-eigenaren van die ‘www.‘ af, en dan kiezen ze ervoor hun www.-website online te houden, naast een identieke versie zonder ‘www.‘. Idem als ze willen overschakelen van een website met http:-protocol naar eentje met het veiligere https:-protocol.

In beide gevallen krijg je hetzelfde verhaal als hierboven: Google ‘ziet’ twee verschillende url’s, eentje met ‘www-‘ en eentje zonder, en geeft een hogere waardering aan de oudste, die met ‘www.”, terwijl de website-eigenaar net wil dat die zonder ‘www.’ bovenaan staat. Idem voor http: versus https:. Ook in die gevallen is het beter om de url’s met ‘www’ en die met ‘http:” te laten bestaan ZONDER content en MET een permanente redirect naar de versies zonder ‘www.’ of met ‘https:’. Maar ook hier: schommelingen in de posities zijn niet uit te sluiten.


3. Onvermijdelijke duplicate content binnen je website/webshop

Soms is het onvermijdelijk dat er verschillende webpagina’s met zo goed als identieke content op je website staan, zeker bij webshops. Dat kan te wijten zijn aan je CMS (content management system): niet alle systemen kunnen duplicate content even goed vermijden. Maar er zijn nog een heleboel andere situaties te verzinnen waarbij duplicate content moeilijk tegen te gaan is. 
Geen nood, dat is op te lossen met de zogenaamde ‘canonical’-tag, maar daarover meer in een later blogbericht.

maandag 5 maart 2018

Google is God! Toch?

De gemiddelde internaut zal in ieder geval wijzen op een duidelijk verschil tussen Google en God: Google antwoordt wél als je een vraag stelt (= een zoekopdracht lanceert), en vaak nog accuraat ook. Maar verdient de zoekmachine daarom goddelijke verering?

Een zegen of een straf voor mensen die afhankelijk zijn van het internet?

Voor mensen die voor hun inkomen rekenen op het internet, webshopeigenaren e.d., lijkt het vaak alsof ze totaal afhankelijk zijn van Google, afhankelijker dan van welk opperwezen ook. Je bereikt alleen maar nieuwe klanten als je website of webshop ergens bovenaan in de zoekresultaten van Google verschijnt bij relevante zoekopdrachten. En als dat niet lukt, moet je noodgedwongen je heil zoeken bij Google Adwords en maar hopen dat het budget voor die betaalde advertenties je omzet niet helemaal opslorpt.

Google, een commercieel bedrijf met winst als hoofddoel

In feite is Google gewoon een commercieel bedrijf zoals een ander, dat meer bezig is met winstmaximalisatie dan met ‘not being evil’. Hoewel, soms lijkt Google zich wel eens te willen gedragen als een regelgevende hogere entiteit, die oppermachtig beslist over ‘white hat SEO’ versus ‘black hat SEO’, vreemd genoeg zonder die termen precies te definiëren. Voor de trouwe Google-volgelingen is het verschil duidelijk: ‘white hat SEO’ = doen wat Google wil, ‘black hat SEO’ = doen wat Google niet wil.

Toch is de droeve waarheid over de organische zoekresultaten prozaïscher: Google wil dat die relevant zijn, voor een ‘goede gebruikservaring’, maar het doet er niet toe of de beste, meest informatieve, klantvriendelijkste en voordeligste webshop of website bovenaan staat of niet. Zolang Google maar een handvol betaalde advertenties rond die organische zoekresultaten kan schikken, is het businessmodel verzekerd.

SEO-specialisten, meestal de trouwste Google-gelovigen

Vreemd genoeg gaan net specialisten in zoekmachineoptimalisatie vaak voorbij aan deze eenvoudige waarheid. Je zou verwachten dat mensen met inzicht in en kennis over de aanpak van Google zich ervan bewust zijn dat, wie gebruikmaakt van de – vaak gratis – services van Google, niet de klant is maar het product dat verkocht wordt.

En toch vinden net professionals uit de SEO-wereld dat de – vaak vage – richtlijnen van Google hogere wet zijn, en dat ‘overtreders’ ervan alle zonden van de wereld dragen en afgestraft horen te worden. Het zou te vergelijken zijn met fanatieke christenen die Gods gebod boven alles stellen, of met moslimextremisten die bij de sharia zweren, ware het niet dat het bij Google-fanatici niet om een fictieve godheid gaat, maar om een multinational met een de facto monopoliepositie die ook nog eens alles over z’n gebruikers bijhoudt: interesses, hobby’s, aankopen, werkaangelegenheden, zoekgeschiedenis, persoonlijke mededelingen via Android-smartphones en Gmail-accounts, enz.

Barsten in het Google-monopolie: een zegen voor de mensheid?

Weldenkende mensen met een basiskennis over hoe Google gegevens verzamelt en deelt met zijn betalende klanten hebben daar de nodige vragen bij en bedenkingen over privacy. Die hebben zelfs sympathie voor bedrijven en organisaties die de zwakheden en achterpoortjes van het Google-algoritme blootleggen en er gebruik van maken, die de monopoliepositie van Google proberen te counteren en die krassen maken in het vernislaagje van rechtschapenheid waarmee Google zich omhult.

Het is dan ook dubbel vreemd dat uitgerekend specialisten in zoekmachineoptimalisatie vaak, alsof ze lijden aan het stockholmsyndroom, blindelings achter Google aanhollen en de richtlijnen volgen – of proberen te volgen – alsof het goddelijke wetten zijn.   Maar goed, wijsheid zal wel met de jaren komen, laten we hopen.

Praktisch: hoe kom je met je website of webshop bovenaan in Google?

Goede, geoptimaliseerde content is het halve werk

In een ideale wereld heeft een website/webshop voor ieder belangrijk keyword een aparte, geoptimaliseerde landingspagina die door Google hooggewaardeerd wordt en die menselijke bezoekers zo vlot mogelijk naar het doel van de website brengt. In de praktijk is de pagina van uw website/webshop die Google bij een zoekopdracht met het keyword het hoogst plaatst in de organische zoekresultaten, per definitie de landingspagina voor dat keyword. Als een landingspagina voor het keyword redelijk tot goed geoptimaliseerd is, plaatst Google die in ‘de beste klas van de school’, maar die is nog altijd 30 tot 40 ‘leerlingen’ groot.

Verbeter de reputatie van je website/webshop voor echte topposities

Als je website volgens Google tot ‘de beste klas van de school’ hoort, pakweg in de top 30 van de organische zoekresultaten, kijkt de zoekmachine voor de rangschikking helemaal bovenaan naar de reputatie van de landingspagina. En die leidt Google af uit de links van andere, relevante webpagina’s naar de uwe. Die goede reputatie kan het verschil maken tussen een positie op de 2e of 3e pagina van de organische zoekresultaten en een winstgevende plek op de 1e pagina van Google.

Wie?

@iPower is een internetservicebedrijf, actief sinds 2000, dat tegenwoordig vooral focust op zoekmachineoptimalisatie en online marketing. Twee belangrijke online services:

SEO Page Optimizer is een analyseprogramma voor het schrijven van geoptimaliseerde content, online beschikbaar voor één gratis analyse per dag: www.seopageoptimizer.nl

Keyboost biedt externe ondersteuning voor de versterking van de reputatie van een website/webshop. In 80,3% van de gevallen komt een website die voor een keyword in de top 30 staat, dankzij Keyboost in de top 10 terecht. Maar net als bij andere SEO-acties is het definitieve resultaat niet vooraf te voorspellen. Vandaar een gratis Keyboost-test om te laten zien dat het werkt -  in 98,6% van de gevallen stijgt een website/webshop dankzij die test: www.keyboost.nl

maandag 12 februari 2018

Wat doe ik?

Ik ben Gregory Liénard en heb +@iPower in 2000, 18 jaar geleden ondertussen, opgericht met als doel om bedrijven meer omzet te laten genereren op het internet.

Vanaf het begin van het ontstaan van zoekmachines, ben ik gefascineerd geweest door de algoritmes erachter, die bepalen in welke volgorde de websites getoond worden wanneer men zoekt op een zoekwoord.
Er zijn 2 belangrijke elementen die de volgorde bepalen: 
  1. Inhoud: als een keyword niet voorkomt in de webpagina, is het bijna onmogelijk om hiermee bovenaan te komen. 
  2. De waarde van een website: Die waarde wordt bepaald door links die je krijgt van externe websites. Hoeveel te relevanter en hoeveel te belangrijker die externe websites zijn, hoeveel te meer waarde dat jouw website krijgt.
Om je hierbij te helpen, hebben we 2 diensten ontwikkeld: SEO Page Optimizer en Keyboost, die je beide gratis kan uittesten.  SEO Page Optimizer dient om de inhoud van je pagina te optimaliseren. Je geeft een keyword en de pagina op die je wil optimaliseren. SEO Page Optimizer zegt dan hoeveel woorden je in welk deel van de pagina moet gebruiken, hoeveel keer het keyword en hoeveel synoniemen en geeft ook weer wat de synoniemen zijn voor dat keyword. Het is dan aan jou om de tekst zoveel mogelijk te doen aansluiten op hetgeen dat Google verwacht.

Wanneer dat je inhoudelijk een goede pagina hebt, zal je meestal in de top 30 komen voor dat keyword in Google. Een positie op de 3e pagina in Google, daar heb je natuurlijk nog niet veel aan. Om van de 3epagina naar de 1e te gaan, moet de waarde van de website verhoogd worden in ogen van Google. Hiervoor werd Keyboost ontwikkeld. We plaatsen zoveel mogelijk gerelateerde links op door Google hooggewaardeerde websites. Hierdoor stijgt de waarde van je website in de ogen van Google en spring je over je concurrenten in de zoekresultaten.

Keyboost kan je gratis uittesten voor 1 keyword per website. Dankzij die gratis test ga je gemiddeld van de 3e pagina naar de 1e. Sta je al op de 2e pagina, dan kom je in de top 5 terecht en als je al op de 1e pagina staat, kom je gemiddeld in de top 3.

Heb je een bepaald keyword waarmee je bovenaan in Google wil komen te staan? Vraag dan nu je gratis Keyboost test aan. Je wordt wekelijks op de hoogte gebracht van de vorderingen. De test duurt ongeveer een maand. Zo zie je met je eigen ogen wat we voor jou kunnen betekenen.

De canonical-tag 1/3: De theorie

Waarom een canonical-tag? Google houdt niet van gedupliceerde content, of die nu op verschillende websites staat of op dezelfde. Maar so...